Dag 2, vrijdag 24 juli: de summus portus over, en eindeloze mondkapjes


[Pablo:] De dag begint vroeg: 07:10. Na een korte maar krachtige douche staan we stipt om halfacht beneden, waar de lieve gastvrouw al een ontbijtje heeft klaargemaakt met een paar pruimen, heerlijke zelf gemaakte yoghurt en zwarte koffie.

Michel, degene naar wie het hotelletje is vernoemd, gaat mee om het fietsenhok te openen;
“Dus vandaag de Pyreneeën over via de Col de Somport?”
“Precies”
“Nou ja, dat is te doen, jullie komen wel uit Nederland, daar wordt veel gefietst”
“Dat klopt, maar we hebben daar geen bergen”

Om 8:05 rijden we weg. De bergen zijn alomtegenwoordig, een zeer indrukwekkend beeld. Ook het weer zit voorlopig mee: een dunne maar zeer nuttige laag wolken waakt over ons om de gevreesde combinatie van ‘zon+klim’ een stok in de spaken te steken. Zo komen we om halftien in Urdos aan – het eerste stuk ging vlot. Als beloning nemen we een kop koffie, croissant (een per twee) en prikwater.

Nu begint het pas echt. De volgende 15 km naar de pas over de Pyreneeën beloven pittig te worden: we moeten bijna 1000 meter stijgen, een constante klim met percentages tussen de 5 en de 9%. De zon breekt inmiddels ook door de wolken heen, maar gelukkig biedt de kronkelige weg veel schaduw, en is hij ook goed verhard.

We maken tactische pauzes – onze benen kunnen maar een beperkte, continue druk aan – en vooral de laatste 5 km zijn zwaar. Maar de weg is ook heerlijk en glorieus, want er is weinig verkeer – de meeste auto's en vrachtauto’s rijden immers door de tunnel (voor vrachtauto's zelfs verplicht). Onderweg worden we aangemoedigd door berichtjes van o.a. Carlien, Olga en Beatrijs. Lief!

Om 12:59 is het zo ver – we bereiken de top van de Somport op 1640 meter, en dus het moederland. Voor ons duikt precies het beeld op waar we naar hunkerden: een prima cafeetje met een heerlijk uitzicht over het dal waar we zo meteen met twee vingers in ons neus de berg afrijden.

De lunch is heerlijk en verdiend: een geitenkaas salade en verse calamares – een stuk beter dan die van gisteren in Frankrijk vinden we. Als toetje delen we een stukje appeltaart, vers gebracht uit Jaca. Waren we erg aan toe. Toch merken we meteen een aanzienlijk verschil in de manier waarop Spanje met corona omgaat vergeleken met Frankrijk: mondkapjes zijn zowel binnen als op het terras verplicht. De aardige baas maakt ons duidelijk dat we zelfs tussen gerechten door het mondkapje op moeten hebben en anders hangend aan een oor.

Hierna zoeven we de berg af, langs Cardanchú en door naar Canfranc-estacion. Van dit dorpje had ik verhalen gehoord van mijn Abuela, mijn Spaanse grootmoeder die oorspronkelijk uit de provincie komt. Ze sprak altijd lovend over het station van Canfranc als een soort van Parel van de Pyreneeën. Volgens haar werd het station, gebouwd in 1928, verlaten omdat de Fransen de spoorlijn hadden geboycot om zo concurrentie met Spaanse wintersport resorts te vermijden.

Bij aankomst blijkt de legende althans gedeeltelijk waar te zijn: het station is schitterend en kolossaal voor een lullig dorpje – de verhoudingen zijn niet te begrijpen. Bordjes leggen uit dat het nooit de drukte bereikte waar het voor bedoeld was. De reden is niet heel duidelijk. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het station veel gebruikt door de Franse ondergrondse die, trouw aan De Gaulle in Londen, in Canfranc soldaten, materieel en wapens liet aanvoeren om les Forces Libres Francaises te ondersteunen. Via de lijn ontsnapten ook vele joden vanuit het bezette Frankrijk naar Spanje. Spannend verhaal.

Het volgende stuk naar Jaca is eigenlijk één grote afdaling en we trappen nauwelijks meer dan 200 m aan één stuk door. Desalniettemin is het niet een erg aangename tocht, door de vele vrachtwagens en auto’s die langs razen, en door de zon en knallende hitte (37 graden Celsius).

In Jaca nemen we op het plein van de Kathedraal allebei een cola èn een flesje Vichy water. Een (andere) serveerster brengt ze maar lijkt verward:
“Ik heb hier vier drankjes – zijn jullie met z’n vieren of zijn twee dingen voor iemand anders?”
“Nee, u heeft zich niet vergist. We hebben dorst”

De sfeer ivm Corona is gespannen. We hadden niet direct aan tafel moeten zitten – die moet eerst gereinigd worden met een spray. We moeten ook weer ons mondkapje permanent aan blijven houden.

Het is nog maar 15:15 als we aankomen. We willen graag nog een stukje fietsen, en we speuren het internet af om in een dorpje verderop een hotel te vinden. Tevergeefs – we zouden nog 40 km moeten fietsen voor er een hotel is, en dat met makkelijk 400m klimmen. Dat vinden we te ambitieus. We besluiten het hierbij te houden. Morgen staan we weer vroeg op om de hitte voor te zijn.

We vinden een prima hotelletje op de Calle Mayor – la Paz. Daar nemen we een heerlijke douche om vervolgens eerst een snoertje aan te schaffen voor de IPhone – het oorspronkelijke snoertje had Steven, een beetje dom, in Bidous achtergelaten – , dan het indrukwekkende fort van Jaca te bezoeken en ten slotte het Museum voor Romaanse Kunst te bezichtigen.

Het blijkt een heel rijk museum van zeer hoge kwaliteit te zijn. Beschilderde wanden van kleine kerkjes uit de XII en XIII eeuw zijn (uit de muur gerukt en) hier tentoongesteld in moderne, goed onderhouden zalen. Maar er is nog veel ander moois. Vooral een paar kapitelen uit de 12de eeuw zijn adembenemend, maar ook een houten Jezus op het kruis, die de tijd in uitmuntende conditie heeft doorstaan, trekt onze aandacht.

We ronden de dag af met een heerlijke 3 gangen avondmaaltijd. Migas en codornices voor mij, linzen met chorizo en fijne kabeljauw voor Pap. De lokale wijn Enate 2016, die mijn grootvader vaak met trots op diners tevoorschijn bracht, rondt alles af. Volgens sommelier Esteban heeft deze Somontano uit Aragon een mooie, volle, fruitige smaak.

Zittend zien we allerlei verschillende mensen voorbij komen, maar allemaal hebben ze iets gemeen – IEDEREEN draagt hier een mondkapje. Zo weet je zeker dat de bevolking bewust blijft van het virus. Wij denken daarom dat Nederland ook deze kant op gaat.

Nu gaan we tukken - aan dit stuk zit ik al een tijdje. Morgen meer nieuws.

Statistieken:

Bidous-Jaca: 61,91 km
Effectieve rijtijd: 4:30 h
Gem. snelheid: 13,7 km/h
Max snelheid: 56,50 km/h
Totaal afgelegde afstand: 117,94 km





















Reacties

Populaire posts van deze blog

Dag 11, zondag 2 augustus: heuvel op, heuvel af

Dag 8, donderdag 30 juli: rustdag in León

Dag 12, maandag 3 augustus: doel bereikt!