Dag 9, vrijdag 31 juli: pech onderweg

[Steven:] Vandaag staan we op om 7:00, want pas vanaf 7:30 is er iemand om het fietsenhok open te doen. We fietsen weg uit León. Wat een mooie en gezellige stad is dit toch, hij heeft ons hart gestolen. Vlak voor de brug over de Bernesga brengt de stad een eresaluut door ons het Klooster van San Marcos te tonen, een schitterend gebouw in gotische stijl.

Richting het platteland komen we langs een industrieterrein waar al veel leven is. Twee barretjes hebben zich handig tussen de bedrijfspanden gevestigd, vraag creëert aanbod (en andersom). Zelf mogen we er nog niet gaan zitten, we zijn pas op 7 km.

We komen te rijden op een weg met de naam 'Virgen de los Imposibles', Maagd van de Onmogelijke. Heerlijke naam is dit toch. Welke ‘Onmogelijke’ worden hier bedoeld? Onmogelijke dingen, dromen, wensen, voornemens? En wat wordt de Maagd geacht te doen? Beschermen? Maar kan je iemand beschermen tegen iets dat onmogelijk is?  

Het zijn gedachten die bij me opkomen. Maar ik praat er nog nauwelijks over met Pablo, want zoals elke dag zijn we vóór de koffie niet zo spraakzaam. Gelukkig is er in Chozas de Abajo, meteen na 20 km, een bar. De barman brengt ons sinaasappelsap, koffie en taart uit Santiago. Het smaakt ons allemaal bijzonder goed. Bij het afrekenen is er een probleem, want we kunnen niet pinnen en ons cash geld is op. Gelukkig heeft een trouwe cliënt een bankrekening. We maken in (bijna) real time geld naar haar over, met een leuke fooi. Lang leve de mogelijke wonderen van de digitale wereld.

Na de koffie praten we samen weer over alles en nog wat: economische onderwerpen, geschiedenis en cultuur. Naar aanleiding van een dode egel hebben we het ook over de dieren die we inmiddels dood (slangen, vogeltjes, dassen) of levend (konijnen, schapen, roofvogels) hebben gezien. We zijn beide niet zo goed in fauna, en kunnen bijvoorbeeld geen namen plakken op roofvogels die we machtig zien rondcirkelen. Misschien iets voor een volgend leven.

We genieten van het schitterende landschap, dat langzaam steeds iets meer groen krijgt. Bij Hospital de Óbispo zien we drie ooievaarsnesten in de kerktoren zitten, met de trotse bewoners erbij, en rijden we over een machtige eeuwenoude brug. Even daarna zien we een markt. Zo’n gezicht maakt altijd blij.

Richting Astorga vergeet ik op de GPS te kijken, want ik denk gewoon de bordjes richting Astorga te kunnen volgen. Prompt rijden we fout. Ik probeer te herstellen met Google Maps, maar die leidt ons naar een ondiep riviertje waar geen brug over is. We besluiten er maar doorheen te waden, we hebben geen zin om terug te fietsen. Gelukkig neemt Pablo het me niet kwalijk. Met natte sokken en schoenen rijden we zig-zaggend door zonnebloemvelden naar de nieuwe stad.

Astorga blijkt een zeer fraai en levendig plaatsje. We vleien ons op het centrale plein met uitzicht op het stadhuis, en laven ons aan water, zumo de melocotón en cola. We houden beraad over onze plannen van vandaag: het is inmiddels half één, de zon staat al hoog en voor ons ligt een berg. Wat gaan we doen?  

We besluiten gewoon door te fietsen, in Rabanal te gaan lunchen en daar de zaak opnieuw te bekijken. Als we Astorga uitfietsen zien we nog het waanzinnige paleis van Gaudí, de kathedraal en een fraai restaurant. Misschien moesten we nog eens terugkeren naar deze stad.  

We klimmen omhoog onder de brandende zon, maar het is geen nare klim en het lijkt dat we wat gewend zijn geraakt aan de koperen ploert. We noteren dat er langzaamaan steeds meer medereizigers zijn. Dat komt waarschijnlijk omdat veel Spanjaarden alleen de laatste 300-200 kilometer naar Santiago lopen of fietsen. Ook zien we steeds meer albergues, barretjes en restaurants, en langs de kant van de weg verkoopt een oude man St. Jacobsschelpen. Toch lijkt het Camino-circus door de Corona dit jaar veel minder groot dan normaal. Veel albergues met slaapzalen zijn trouwens dicht, en dat is zeer begrijpelijk.

In Rabanal kiest Pablo een prima restaurantje uit. We nemen een tomatensalade, rijst met champignons en lever, en delen een worteltaart. Daarbij vinden twee flessen water van 1,5 liter snel hun weg naar binnen. Alles is even heerlijk, we komen helemaal tot rust. We zijn best trots op hoe het gaat en besluiten door te rijden. Het is inmiddels 5 uur, hopelijk is de zon nu iets minder fel.

We gaan verder omhoog, naar 1520 meter. Onderweg zien we een monument voor Trudy Boukas, een Amerikaanse die hoogstwaarschijnlijk op 69 jarige leeftijd is overleden toen ze de Camino aan het lopen was. Op het kruis dat ter hare nagedachtenis is opgericht, zit een foto waarop ze een tijger streelt. Die foto vinden we wat raar, maar het monument – en vooral het marmeren bankje waarop wandelaars kunnen rusten – vinden we erg smaakvol.

Als je doortrapt kom je vooruit. Dat doen we en het gaat ons goed af. Bovenaan staat een kruis van ijzer. Na een klein afdalinkje is er nog een heuvel, en dan is al het klimmen gedaan. Voor ons ligt een afdaling van 15 km, wat een heerlijk vooruitzicht. De autoriteiten hebben voor fietsers een waarschuwingsbord geplaatst. Lang leve kundige vertalers!

We beginnen aan de afdaling, maar dan geschiedt het onheil: Pablo krijgt een lekke band. We voelen aan de velg, hij is gloedheet, waarschijnlijk van het remmen. We plakken de band, maar na een paar kilometer is de band weer lek. We zien een nieuw gat, maken hem weer, maar na korte tijd is de band weer lek.

Dit probleem kunnen we zelf niet meer oplossen, we hebben professionele hulp nodig. We gaan lopen richting Ponferrada, waar volgens Clemens twee fietsenmakers zijn. We ontdekken en passant dat het Camino wandelpad hier echt schitterend is. Als we inzien dat we lopend vóór donker niet in Ponferrada kunnen komen, regelt Pablo een taxi die ons komt ophalen. Wachtend op de taxi lopen we nog wat verder door en maken foto's van de schitterende luchten. 

De taxi meneer maakt twee shifts, want meer dan één fiets en één vader/zoon per keer past er niet in zijn auto. Dit stuk autorit van 10 kilometer betekent natuurlijk dat we niet het hele stuk van Pau naar Santiago zullen hebben gefietst/gelopen, maar omdat het stuk met de taxi bergaf gaat, vinden we dat we niet echt ‘smokkelen’.

We nemen intrek in een hotel vlakbij een fietsenmaker. Met een Amstelbiertje sluiten we de enerverende dag af. Morgen wacht ons een nieuwe enerverende dag, want Carlien – die vandaag uit Amsterdam naar Pau is gevlogen – komt dan naar ons toe. Een geweldig vooruitzicht!

Statistieken:

León – Ponferrada: 112,82 km (zonder auto-km)
Effectieve reistijd: 8:06 h
Gem. snelheid: 13,8 km/h (zwaar gedrukt door lopen!)
Topsnelheid: 55,8 km/h
Totaal afgelegde afstand: 815,75 km






































Reacties

Populaire posts van deze blog

Dag 11, zondag 2 augustus: heuvel op, heuvel af

Dag 8, donderdag 30 juli: rustdag in León

Dag 12, maandag 3 augustus: doel bereikt!